Ga naar website navigation Ga naar artikel navigatie Ga naar inhoud

1.6 Financiële instrumenten

1.6.1. Niet-afgeleide financiële instrumenten

Niet-afgeleide financiële instrumenten omvatten handels- en overige vorderingen, liquide middelen, leningen, handelsschulden, overige te betalen posten en de categorie overig in de financiële vaste activa. De Groep classificeert deze niet-afgeleide financiële instrumenten onder de categorie leningen en vorderingen. Niet-afgeleide financiële instrumenten worden bij de eerste opname (op transactiedatum) verwerkt tegen reële waarde, waarbij de direct toerekenbare transactiekosten in de eerste opname worden meegenomen. Na de eerste opname worden niet-afgeleide financiële instrumenten gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met gebruikmaking van de effectieve-rentemethode, verminderd met bijzondere waardeverminderingsverliezen. Deze waardeverminderingsverliezen worden verwerkt in de winst-en-verliesrekening.

1.6.2. Afgeleide financiële instrumenten

Diverse Hydratec-bedrijven hebben renteswaps (IRS, Interest Rate Swaps) afgesloten ter verlaging van het rentefluctuatierisico op de bedrijfsfinancieringen. Deze financieringen zijn verstrekt met een variabele rente en zijn door de renteswap vastgezet. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten zoals bijvoorbeeld valutatermijncontracten (Forwards) en valutaswaps (FX Swaps) om het valutarisico af te dekken op projecten die worden betaald in buitenlandse valuta. Al deze afgeleide financiële instrumenten zijn gekwalificeerd als ‘cash flow hedge’ en worden initieel tegen kostprijs en daarna tegen reële waarde gewaardeerd. 

Voor het effectieve deel worden mutaties rechtstreeks ten gunste of ten laste van het eigen vermogen verwerkt op een aparte eigenvermogenscomponent: de hedgereserve. Een eventueel niet-effectief deel wordt verwerkt in de winst-en-verliesrekening. Hydratec wijst alleen het spotelement van termijncontracten aan als hedge instrument. 

Hydratec heeft als onderdeel van de Stork/Rollepaal acquisitie in 2019 call opties gekocht en put opties uitgegeven. De call opties zijn initieel gewaardeerd tegen de reële waarde. Voor de put opties is de contante waarde van de uitoefenprijs verantwoord als verplichting. Door de uitruil van Stork en Rollepaal aandelen zijn beide opties in 2020 afgewikkeld. De waardeontwikkeling in 2020 van zowel de call als de put opties zijn verantwoord als onderdeel van de financiële baten en lasten, evenals het resultaat dat is ontstaan als gevolg van afwikkeling van de opties ten tijde van de ruiltransactie met betrekking tot de entiteiten Rollepaal en Stork per 30 juni 2020.

1.6.3. Looptijd activa / passiva

Financiële activa en passiva worden als kortlopend aangemerkt indien de resterende looptijd per balansdatum minder dan 12 maanden bedraagt. Indien de resterende looptijd meer dan 12 maanden is, dan wordt het actief respectievelijk passief als langlopend aan­gemerkt.

1.6.4. Bepaling reële waarde

De reële waarde is de prijs die zou worden ontvangen bij verkoop van een actief of zou worden betaald bij overdracht van een verplichting in een ordelijke transactie tussen marktpartijen. Zie overige financiële instrumenten voor toelichting over de bepaling van de reële waarde voor de derivaten die gebruikt worden voor hedge accounting. De reële waardering van alle andere financiële instrumenten wordt bepaald met algemeen aanvaarde waarderingsmodellen (level 3 waardering). Alleen wanneer deze significant afwijkt van de boekwaarde zijn de reële waardes toegelicht.